vrijdag 2 december 2016

Hippie onder de hommels

natuurdagboek donderdag 3 november

Koos Dijksterhuis



Akkerhommel zoekt nectar. ©Koos Dijksterhuis



Een hommel zoemt door de tuin. Hij stevent af op de monnikskappen en hangt daar een tijdje rond. Het is een akkerhommel. Akkerhommels zijn één van de weinige hommelsoorten die nog algemeen in Nederland voorkomen. Met hun deels oranje lijf lijken ze op sommige andere soorten, maar die zijn uitgestorven of zeldzaam geworden, sinds we de bloemen uit ons ooit bloemrijke land hebben weggemest. Aard-, tuin-, boom- en akkerhommels hebben een brede bloemensmaak, en ze weten nectar uit bloemen van uiteenlopende vorm en omvang te vissen. Desnoods bijten ze een gaatje achterin de bloem, om erbij te kunnen.

Akkerhommels hebben een middellange tong en kunnen daarmee zowel oppervlakkige als diepgaande bloemkelken uitlebberen. Hommels zijn groter en behaarder dan bijen en kunnen daardoor beter tegen kou. Hommels leven dan ook in koelere streken dan bijen. In Nederland zijn hommels vroeger in het jaar actief dan andere bijen en blijven ze ook in de herfst langer vliegen. Akkerhommels horen bij de laatste. De werksters zijn nu al dood en de vruchtbare vrouwtjes hebben zich na een vrijage teruggetrokken in hun winterkwartieren. De zwervers die nu nog rondzoemen zijn mannetjes. Ze zijn kleiner dan vrouwtjes en blijven warm door beweging. Zoals wij het warm krijgen van hollen, krijgen akkerhommels het warm van vliegen. Maar dat vliegen vergt brandstof, nectar dus, en daarom zijn laatbloeiers als monnikskappen een uitkomst. Als de nachtvorst toeslaat, is het gedaan met die bloemen en die hommels.

Steken bijen al minder gauw dan wespen, hommels zijn met hun angel nog terughoudender. En de akkerhommel is één van de minst prikkelbare hommels. Dit vriendelijke insect is de hippie onder de hommels. Zijn oranje vacht kleurt hij fraai bij de indigoblauwe monnikskap.